Onno Kosters,
 
Ending in Progress:
Final Sections in James Joyce’s Prose Fictions
Proefschrift Universiteit Utrecht, 01-09-1999
 
Samenvatting
 
Deze studie behandelt het einde in de vier meest prominente verhalende prozawerken van James Joyce: de verhalenbundel Dubliners (gepubliceerd in 1914), de romans A Portrait of the Artist As a Young Man (1916) en Ulysses (1922), en Finnegans Wake (1939). Met het einde wordt hier bedoeld: de laatste woorden, alinea’s, hoofdstukken, episodes, of tritsen episodes van deze vier boeken, maar ook de laatste woorden of alinea’s van hoofdstukken, episodes, of tritsen episodes. De werkhypothese van deze studie is dat deze vier werken een geheel vormen, bijeengehouden en zelfs tot op zekere hoogte gegenereerd door hun afzonderlijke einden. Cruciaal element in deze zijn de dateringen die Joyce toevoegde aan het einde van de afzonderlijke werken.
            Na een bespreking in hoofdstuk 1 van de drie voor deze studie belangrijkste literatuurwetenschappers die zich over het narratieve einde hebben gebogen, wordt in hoofdstuk 2 geschetst hoe het einde van het laatste verhaal van de bundel Dubliners de lezer terugbrengt zowel naar het begin van dat verhaal, als naar het eigenlijke begin van de bundel. In hoofdstuk 3 wordt aangetoond dat met het einde van Portrait enerzijds de basis wordt gelegd voor Dubliners, en anderzijds voor Portrait zelf: ook het einde van Portrait neemt de lezer weer mee naar het begin van dat boek. Bovendien wordt aangegeven hoe, in de wetenschap dat Joyce het begin van Ulysses oorspronkelijk als het einde van Portrait heeft geschreven, het einde van dat laatste boek in feite in het begin van Ulysses is gesitueerd. In het geval van Ulysses, zoals we in hoofdstuk 4 zien, is er sprake van verschillende ontknopingen. De laatste twee episodes sluiten elk op hun eigen wijze het boek af. Beide maken tevens deel uit van een ‘groter’ einde, de trits episodes bestaande uit ‘Eumaeus’, ‘Ithaca’ en ‘Penelope’. Er wordt uitgebreid stilgestaan bij de implicaties en complicaties van dit veelvormige einde van Ulysses. Ook wordt het einde van iedere episode van Ulysses apart beschouwd, alsmede de wijze waarop het begin van elke volgende episode ten dele door het einde van de voorgaande wordt gegenereerd.
            Finnegans Wake geldt als de apotheose van Joyce’s oeuvre. De laatste zin heeft geen afsluitende punt en wordt voortgezet in de eerste. Joyce’s laatste boek vormt derhalve een welhaast volmaakte cirkel. Er moet echter in acht worden genomen dat het boek weldegelijk ook een finaal moment kent: de datering ervan eindigt, anders dan de dateringen aan het einde van de drie voorgaande boeken, met een punt. Zo regenereert enerzijds Finnegans Wake zichzelf, maar vormt het tevens het definitieve einde van Joyce’s oeuvre. In dat paradoxale krachtenveld, dat ontstaat door de bijzondere wijze waarop hij de eindjes van zijn oeuvre aanelkaar heeft geknoopt, heeft Joyce zijn lezers voor altijd aan zich weten te binden.
 
 
 
Ending in Progress kost € 25,95 en is verkrijgbaar bij de auteur (onnokosters@wanadoo.nl ).