De vrolijke bewerkelijkheid van Ulysses

Bloomsdaylezing, Zwolle 2002


Onno Kosters


 
Theo Ponts toneelbewerking van Ulysses ‘Charade: Molly x Bloom’, waarmee hij van 1991-1993 door het land tourde, hoort in een traditie die teruggaat tot het boek Ulysses zelf, en misschien nog wel verder. Maar in elk geval dus tot 1922, jaar van publicatie van wat als het beste boek van de 20e eeuw wordt beschouwd: James Joyce’s Ulysses, een Dublins epos dat zich afspeelt op 16 juni en een klein stukje van 17 juni 1904. Maar voor ik mij voor deze stelling verder verantwoord, eerst een paar feiten.
James Augustine Aloysius Joyce werd geboren op 2 februari 1882 in Dublin. Na een lagere en middelbare schoolopleiding aan meer en minder hoogstaande scholen - Joyce’s intellectuele ontwikkeling was omgekeerd evenredig met de ontwikkeling van zijn vaders financiën, en deze moest nu eenmaal de schoolgelden betalen - kon Joyce zich inschrijven aan University College Dublin, de katholieke universiteit van de stad. Joyce, die zich eerder had geïnteresseerd in een roeping als priester, maar deze roeping na verloop van tijd als een misvatting ervoer en hem inruilde voor een roeping als schrijver, maakte er naam als buitengewoon intelligente jongeman, met een virtuoze pen, die men echter vaak slechts met moeite kon volgen. Zo zei W.K. Magee, redacteur van het blad Dana dat een bijdrage van Joyce weigerde:
 
I handed it [het geweigerde artikel] back to him with the timid observation that I did not care to publish what was to myself incomprehensible. […] I imagine that what he showed me was some early attempt in fiction.
 
In 1902 verlaat Joyce Ierland. Hij vertrek naar Parijs, volgens eigen zeggen om er medicijnen te studeren. In 1903 wordt hij door zijn vader middels een telegram terug geroepen: zijn moeder is stervende. Bij haar doodsbed gearriveerd, weigert hij aan haar laatste wens tegemoet te komen: te knielen aan haar bed en voor haar zielerust te bidden. Een detail dat in Ulysses monsterachtige proporties krijgt.
In 1904 vertrek Joyce opnieuw naar het vasteland van Europa, ditmaal in gezelschap van zijn minnares, Nora Barnacle. Zij wordt de moeder van de in 1905 en 1907 geboren kinderen Giorgio en Lucia en pas in 1932 Joyce’s vrouw. Het tweetal strijkt uiteindelijk neer in het Oostenrijks-Habsburgse Triëst aan de Adriatische zee. In deze stad zal Joyce, met korte onderbrekingen elders, lange tijd wonen, tot hij in 1914, als de eerste Wereldoorlog uitbreekt, naar Zürich in Zwitserland moet vluchten. In de jaren 1914-1922 schrijft Joyce Ulysses. Na de Eerste Wereldoorlog keert Joyce terug naar Triëst, maar hij vestigt zich in 1919 in Parijs, waar hij tot vlak voor zijn dood zal wonen, schrijvend aan zijn grenzeloze laatste werk, Finnegans Wake. Hij sterft op 13 januari in 1941, in Zürich.
 
Heel in het kort nu een interpretatie van structuur en verhaallijnen van Ulysses. Het boek bestaat uit 18 hoofdstukken, ook wel episodes genoemd, netjes verdeeld over drie stukken: een van drie, een van 12 en ten slotte weer een van drie episodes. De eerste drie episodes introduceren Stephen Dedalus, die de Joycelezer al heeft leren kennen in A Portrait of the Artist As a Young Man. Stephen wordt wakker in de kasteeltoren die hij met een vriend huurt, ontbijt, geeft les op school en dwaalt langs het strand. In de vierde episode ontmoeten we Leopold Bloom en zijn vrouw Molly. Gedurende de episodes die volgen zullen we deze man, naar wie door velen 16 juni sinds 1922 wordt genoemd, intiem leren kennen, intiemer dan enig ander personage uit de wereldliteratuur. We volgen hem tijdens die dag, waarin hij een beetje werkt, een beetje door de stad kuiert, een begrafenis bezoekt, masturbeert bij het aangezicht van een bakvis, in een geboortekliniek verzeild raakt en in Nighttown, de hoerenbuurt van Dublin. In de twaalf middelste hoofdstukken van het boek kruisen Blooms en Dedalus’ wegen elkaar zo nu en dan; zij ontmoeten elkaar uiteindelijk in de geboortekliniek, waarna Bloom zich in Nighttown over de stomdronken Stephen ontfermt. De laatste drie hoofdstukken spelen zich af op weg naar en in Blooms huis. Hij neemt Stephen eerst mee naar een nachtcafe om te ontnuchteren en vervolgens nodigt hij hem uit om bij hem thuis nog wat na te praten. Een aanbod om te blijven logeren slaat Stephen af. Het laatste hoofdstuk bestaat uit een geile, lange, langzame, slaperige, interpunctieloze monoloog van de vrouw van Leopold. Zo heeft, zoals altijd, de vrouw ook hier het laatste woord.
 
Een van de eerste toneelbewerkingen van Ulysses was van de hand van de Amerikaanse Marjorie Barkentin. Zij gaf haar versie de titel Ulysses in Nighttown. Het stuk werd in Nederland met groot succes tijdens het Holland Festival van 1959 opgevoerd door The London Art Theatre, in de regie van Burgess  Meredith. De hoofdrol werd opgeëist door Zero Mostel, die het personage Leopold Bloom “grootscheeps”, zoals de Nieuwe Haagsche Courant destijds schreef, voor het voetlicht bracht. Met Bloom is voor deze uitvoering trouwens slechts een van de 107 personages genoemd. Het moet al met al een overweldigende voorstelling geweest zijn, die, als we de eerder genoemde courant mogen geloven, evenmin als de samenvatting die ik zoëven van de roman gaf, het gevoel gaf dat aan Ulysses ook maar voor een deel was recht gedaan.
 
In 1965 verscheen Allan M’Clellands toneelstuk naar Ulysses getiteld Bloomsday. Waar Barkentin tevergeefs probeert zowat alles uit Ulysses te laten terugkeren in haar bewerking van hoofdstuk 15, kiest M’Clelland ervoor de meest sprekende, de meest populaire zo u wilt, passages uit het boek voor hett toneel uit te vergroten. Zijn bewerking heeft een beetje het karakter van Ulysses - Greatest Hits. Daarmee heeft de bewerker niet een heel origineel stuk geproduceerd, maar wel een amusant, en een dat een ideale inleiding op de roman vormt. Niet alleen een Ulysses - Greatest Hits dus, maar ook een Ulysses voor beginners.
M’Clellands stuk werd in 1967 met groot succes opgevoerd. Hans Tiemeijer speelde de rol van Leopold Bloom. “Hij was op en top Bloom”, aldus de recensent van de Nieuwe Haagsche Courant, “een betere rolbezetting is niet denkbaar en voor mij deed hij niet onder voor Zero Mostel… integendeel.” Henni Orri speelde de rol van Leopolds vrouw Molly.
Ook deze uitvoering moet director’s nightmare zijn geweest: niet 107 personages, maar toch een goede 57 bevolkten het toneel, gespeeld door in het totaal 25 acteurs.
 
Richtten de bewerkingen van Barkentin en M’Clelland zich vooral op het personage Leopold Bloom, dat is anders in de bewerking getiteld Stephen D die Hugh Leonard maakte naar Joyce’s twee eerdere werken, Stephen Hero en A Portrait of the Artist As a Young Man. Leonard concentreert zich op Stephen Dedalus, die, als schijnbaar alter ego van de auteur, in beide boeken de hoofdrol heeft. Deze bewerking mag een geslaagde uitvoering van Joyce’s Earlier Greatest Hits worden genoemd.
 
Ulysses is ook bewerkt voor, en door, Hollywood, in 1967, door de Amerikaan Joseph Strick. Het is een weinig geslaagde experimentele film geworden, waarvoor de regisseur in het begin overigens Marilyn Monroe voor de rol van Molly Bloom op het oog had.
 
Theo Ponts bewerking van Ulysses, die hij samen met de regisseur Ruurd van Wijk maakte, heeft wel wat weg van Allan M’Clellands versie uit de jaren zestig, maar het Nederlandse duo heeft veel sterker voor een thematische aanpak gekozen. Zoals de Belgische recensent Bart Eeckhout het formuleerde, “ze opteerden voor drie (samenhangende) thema’s: lichamelijkheid, sexuele identiteit en de driehoeksverhouding tussen Leopold Bloom. zijn vrouw Molly en [haar minnaar] Blazes Boylan.” Het meest in het oog springt in eerste instantie natuurlijk dat Pont en Van Wijks bewerking niet door 107, of 57 personages bevolkt wordt, maar door slechts 4: Leopold, Molly, Blazes en Gerty McDowell, het meisje van dertien waarvoor Leopold zich aftrekt. Daarbij komt dat hun versie niet door 50, of 25, maar door slechts één acteur gespeeld wordt.
 
Met verbluffend resultaat. Ik zag het stuk in de Speeldoos in Baarn in 1993 en ik betreur het dat u het vandaag met een voorlezing moet doen - ofschoon ik ervan overtuigd ben dat Pont deze op indrukwekkende wijze zal brengen.
 
Maar zoals ik in het begin al zei: Theo Ponts toneelbewerking van Ulysses staat in een traditie die teruggaat tot ten minste zo ver als het boek Ulysses zelf. Want Joyce’s roman is zelf al een bewerking, met als belangrijkste bron onder meer Homerus’ Odyssee - zoals door Joyce tot zich genomen middels onder meer de interpretatie van de Franse archeoloog Bréard, die in Odysseus een verdwaalde Phoenisische handelsreiziger zag, en Charles Lamb’s bewerking voor kinderen, The Adventures of Ulysses.
De 18 episodes hadden als werktitels benamingen van personages uit het klassieke werk. Telemachus. Cykloop. Circe. Eumaeus. Penelope. Leopold Bloom varieert vrijelijk, en geheel buiten eigen medeweten om, op Odysseus, Stephen op diens zoon Telemachus; Molly is Bloom ontrouw en tegelijkertijd is zij zo trouw als Penelope. Ik ga hier niet verder over uitwijden, maar leg u slechts voor dat Ulysses uitnodigt tot bewerken mede omdat het zelf een bewerking is. Het boek opent zich daarmee voor eindeloze interpretaties - ook een vorm van bewerken -, samenvattingen - de ‘plot summaries’ zijn niet aan te slepen; Finnegans Wake, om nog een stapje verder te gaan, werd door de Engelse schrijver Anthony Burgess bewerkt, ingekort tot A Shorter Finnegans Wake - en variaties voor radio, internet, film en toneel. Ik kan deze tendens alleen maar toejuichen, al was het maar omdat men daarmee handelt geheel in de geest van de auteur zelf - de auteur die zoveel andere auteurs in zich droeg, dat hij wel tegen een stootje kan.